Eerste duurzaamheidsmonitoring zuivel succes

De Belgische melkveehouders en zuivelindustrie hebben de afgelopen 3 jaar een behoorlijke inspanning geleverd voor een verdere verduurzaming van de zuivelsector. Ze hebben meetbaar goede resultaten geboekt, zo blijkt uit de voorstelling van de resultaten van de eerste ronde van de duurzaamheidsmonitoring. Bovendien is er ook een sterk engagement om door te gaan, getuige de ondertekeningen van de Zuivelverklaring van Rotterdam.

Ter herinnering; om de productie van melk en zuivelproducten verder te verduurzamen startten de Belgische zuivelindustrie en de landbouwpartners van Agrofront in 2014 een sectoraal duurzaamheidsprogramma op.

Op het melkveebedrijf

De melkveehouder van zijn kant kan kiezen uit een lijst van 35 duurzaamheidsinitiatieven, gebundeld in 7 thema’s: diergezondheid en –welzijn, energie, milieu, diervoeding, water + bodem en sociale + economische duurzaamheid. Elke melkveehouder bepaalt geheel vrijwillig zelf zijn prioriteiten uit de lijst.

Na afronding van de eerste monitoringsronde waarbij 8.020 Belgische melkveebedrijven geauditeerd werden blijkt dat in 2016 92 procent van de melkveebedrijven minimaal één van de duurzaamheidsinitiatieven toepaste in vergelijking met 81 procent in 2014. Ook het gemiddeld aantal initiatieven per melkveebedrijf steeg, van 9 in 2014 tot 11 in 2016.

Binnen elk van de 7 duurzaamheidsdomeinen werd vooruitgang geboekt. Enkele voorbeelden:

  • 78% werkt met een vaste dierenarts;
  • 55% zet in op vachtverzorging;
  • 27% produceert duurzame energie;
  • 32% neemt energiebesparende maatregelen;
  • 51% optimaliseert de voederefficiëntie;
  • 46% optimaliseert de mineralenefficiëntie.

In de zuivelindustrie

Ook de inspanningen op vlak van melkophaling hebben effect. Dankzij onder meer een optimalisatie van de routes, een sterke sensibilisering rond zuinig rijden en de inzet van milieuvriendelijkere motoren werd op 10 jaar tijd (2006-2016) een vermindering met 9 procent gerealiseerd in het brandstofverbruik per 1.000 liter opgehaalde melk.

Voor wat de melkverwerking betreft worden het energieverbruik, de emissies, het waterverbruik en het afvalbeheer gemonitord. Sinds 2005 kon de zuivelindustrie het verbruik van energie per ton afgewerkt product met 13 procent doen dalen. In diezelfde periode werd de CO2-uitstoot per ton eindproduct teruggedrongen met 22 procent. Over een periode van in 15 jaar tijd bekeken wist de zuivelindustrie de uitstoot van broeikasgassen voor rauwe melk met maar liefst 26 procent te doen dalen.

Tweede ronde

Inmiddels hebben de landbouworganisaties samen met de zuivelindustrie de tweede ronde van het duurzaamheidsprogramma opgestart. Opnieuw zal elke melkveehouder geaudit worden. Vooraf krijgt hij het formulier met de 35 duurzaamheidsinitiatieven toegestuurd, samen met de gemiddelde nationale score en zijn eigen score uit de eerste ronde. Dit zet aan tot verdere verduurzaming. Er zijn ook proefprojecten om de melkophaling nog duurzamer te maken, bv. door het gebruik van milieuvriendelijkere brandstoffen en het zoeken naar energie-efficiëntere manieren om de melk op te pompen.

De zuivelverwerkers zetten in op het hergebruik van restwarmte, het recycleren van dampcondensaat, het opzuiveren van afvalwater tot proceswater en het beperken van grondstof- en voedselverliezen verder in de keten.

Engagement voor de toekomst

Dat er ten slotte ook een sterk engagement is om door te gaan, bewezen de partners door de officiële ondertekeningen van de Zuivelverklaring van Rotterdam. Die dateert van 19 oktober 2016 en werd opgesteld ter gelegenheid van de Wereldzuiveltop georganiseerd door de International Dairy Federation (IDF) en dit onder het patronaat van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties (UN).

In de verklaring wordt overeengekomen om via een geïntegreerde aanpak de duurzaamheid van zuivel te bevorderen rekening houdend met de sociale, economische, gezondheids- en milieuaspecten. Dit alles met bijzondere aandacht voor de behoeften van familiebedrijven. Verder moeten er instrumenten en richtlijnen ontwikkeld worden voor toepassing van duurzame praktijken. Deskundigheid moet worden opgebouwd binnen de juiste randvoorwaarden. De duurzaamheidsresultaten zullen gemeten en gerapporteerd worden. En de dialoog met alle belanghebbende zal versterkt worden om de voortgang en het voortdurende proces van verbetering te controleren.

Voor het volledige duurzaamheidsrapport klik onderstaande link:

http://www.bcz-cbl.be/media/193929/duurzaamheidsrapport-zuivel-editie-2017.pdf

Bron: Mededeling BCZ + persconferentie Zottegem 17 oktober 2017

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *