Mycotoxinegehalte graanoogst 2019 nog lager dan in 2018

Voor het elfde jaar op rij voerde BFA, de Belgian Feed Association, een doelgerichte monitoring uit naar de aanwezigheid van mycotoxinen in granen onmiddellijk na de oogst (Early Warning). Blijkt dat het mycotoxinegehalte in de graanoogst dit jaar opnieuw laag ligt, nog lager dan in 2018.

Mycotoxines zijn giftige stoffen (toxines) die door schimmels worden geproduceerd en bij haast alle graansoorten voorkomen. Ondanks de bestaande, preventieve maatregelen zijn deze toxines meestal al vóór de oogst aanwezig. Ze worden op het veld gevormd tijdens de groei van het gewas, na de oogst, of tijdens de opslag. Op het veld zijn het vooral factoren zoals vochtige weersomstandigheden, rassenkeuze en de bodembewerking die de ontwikkeling van de schimmels en mycotoxines bepalen. Juist daarom nam BFA in haar sectoraal bemonsteringsplan analyses op om het mycotoxinegehalte in granen te meten, en zo eventuele problemen op voorhand te kunnen inschatten.

Advertising

Het Early Warning Systeem (EWS) is een jaarlijks initiatief van de sector als toevoeging op het uitgebreide sectorale voedselveiligheidsplan. Bedoeling is om zo snel mogelijk na de oogst gegevens te verzamelen en analyseresultaten ter beschikking te stellen aan de graanhandel en graanverbruikers. Er werden voor 2019 in totaal 389 stalen verzameld en geanalyseerd. Volgende granen werden gescreend: tarwe, gerst, rogge, haver, triticale en spelt.

“Er werden 389 stalen getest, vooral uit eigen land en uit Frankrijk aangevoerde tarwe, gerst en in mindere mate ook andere granen”, legt Katrien D’hooghe, directeur van BFA, uit. “In 2019 werd in 35 procent van de stalen één of meerdere mycotoxines gedecteerd.  De resultaten van de vooroogst worden bevestigd, nl. een zeer laag besmettingsrisico. Waakzaamheid blijft nodig omdat de mycotoxinelast kan toenemen tijdens de bewaring.”

  • Van de resultaten van deoxynivalenol (DON) ligt 89 procent lager dan de detectielimiet (de laagste waarde die analytisch kan worden bepaald) van 250 ppb.
  • Voor zearalenon (ZEA) ligt 99,2 procent van de resultaten beneden de detectielimiet. De gehalten aan Aflatoxine B1 lagen allen onder de detectielimiet.
  • Voor Fumonisine B1 en Fumonisine B2 werd de detectielimiet slechts twee maal overschreden.
  • Alle stalen die geanalyseerd werden vertoonden voor de som T-2 en HT-2 een resultaat onder de geldende richtwaarden.

Dankzij deze monitoring kan niet alleen de bestemming van de granen gerichter bepaald worden (food, feed of biofuel), maar kunnen ook de eindconcentraties van mycotoxines beter worden ingeschat, bijvoorbeeld in het mengvoeder.

Voor het gedetailleerd rapport klik Early Warning Strogranen Mycotoxines 2019 – Rapport

Bron: BFA – 25 oktober 2019

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: