Studie kwantificeerde het antibioticagebruik op 57 melkveebedrijven

Op 26 juni 2018 om 17u30 zal dierenarts Marina Stevens in het Auditorium B aan de faculteit Diergeneeskunde van de UGent (Merelbeke) haar doctoraatsstudie met als titel: ‘Het gebruik van antimicrobiële middelen op Vlaamse melkveebedrijven: kwantificatie, geassocieerde factoren en begeleiding van de uiergezondheid als basis voor een verantwoord gebruik’, in het openbaar verdedigen. Voor dit onderzoek werd, voor het eerst in Vlaanderen, het antibioticagebruik op 57 melkveebedrijven gekwantificeerd.

Er zat veel variatie in de consumptie van antimicrobiële middelen tussen de bedrijven, voor zowel het totale gebruik als het gebruik van de voor de humane gezondheid kritische antimicrobiële middelen. Ongeveer twee derde van het totale gebruik van de antibiotica bestond uit producten die intra-mammair gebruikt worden. Het overige derde waren systemisch toe te dienen producten.

Een laag totaal gebruik van antimicrobiële middelen was geassocieerd met een laag aantal behandelde mastitisgevallen, een hoog percentage eerstekalfsdieren en het toepassen van selectief droogzetten.

Bovendien hadden bedrijven die (enkele) mastitisgevallen behandelden met homeopathische intra-mammaire producten een lager gebruik van antimicrobiële middelen in vergelijking met bedrijven die dit niet deden, hoewel hierover verder onderzoek noodzakelijk is gezien het gebrek aan bewijs van de werkzaamheid en het effect op het percentage herhalingsgevallen niet werd onderzocht.

Bedrijven die deelnamen aan diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding gebruikten minder antimicrobiële middelen.

De implementatie van managementmaatregelen inzake uiergezondheid was dan weer meer uitgesproken op bedrijven die actief begeleid werden door Marina Stevens in vergelijking met de bedrijven zonder deze begeleiding. Bovendien bleek binnen de bedrijven die adviezen kregen de implementatie beter als de bedrijfsdierenarts aanwezig was tijdens (enkele) bedrijfsbezoeken in kader van het project.

Verder bleek ook dat een goed uiergezondheidsmanagement of een verbetering ervan geassocieerd was met een daling in het gebruik van de voor de humane gezondheid kritische antimicrobiële middelen.

Samengevat kan er verder gesteld worden dat een goed uiergezondheidsmanagement kan helpen naar een meer verantwoord gebruik van antimicrobiële middelen zonder negatieve effecten op melkkwaliteit en uiergezondheid.

Marina Stevens studeerde in 2011 af als dierenarts. In juli 2011 begon ze als projectverantwoordelijke aan de doctoraatsstudie ‘Duurzame melkveehouderij door verantwoord gebruik van diergeneesmiddelen’ bij de Mastitis and Milk Quality Research Unit van de vakgroep Voortplanting, Verloskunde en Bedrijfsdiergeneeskunde. Na haar tewerkstelling aan de Universiteit Gent, vervoegde Marina het team van Milk@vice om zich te kunnen toeleggen op de begeleiding van melkveebedrijven, steeds met de focus op uiergezondheid. Ook werkte ze een aantal maanden in de vleeskalversector als praktiserende dierenarts. Sinds augustus 2017 is ze echter actief als Product – and Technical Manager Food Producing Animals bij de veterinaire farmaceutische firma Vetoquinol waar ze zich toelegt op de ondersteuning van zowel de vertegenwoordigers als de rundveepractici.

De doctoraatsstudie werd gefinancierd door de Boerenbond, de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie, de Integrale Kwaliteitszorg Melk en het Melk Controle Centrum Vlaanderen.

Bron: M-teamUGent – 21 juni 2018

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *