Verplichtingen inzaai groenbemesters en vanggewassen najaar 2019

MAP 6 zet sterk in op de inzaai van vanggewassen en milieuvriendelijke teeltcombinaties om het risico op verlies van nutriënten, waaronder nitraatstikstof, te beperken. Wat zijn vanggewassen en hoeveel moet u er inzaaien?

Advertising

Basismaatregel voor vanggewassen in de gebiedstypes 1, 2 en 3

Voordat we de basismaatregel voor vanggewassen uitleggen, is het belangrijk om te weten dat die niet geldt op percelen die ‘zware kleigrond’ zijn. Dat zijn alle percelen in de landbouwstreek ‘polders’.
De basismaatregel geldt op de percelen in gebiedstype 1, 2 en 3, die buiten de polders liggen. Als u de hoofdteelt op zo’n perceel oogst voor 31 augustus, moet u uiterlijk op 15 september een vanggewas inzaaien of een nateelt op het perceel inzaaien of planten. U kunt het vroeg geoogste perceel dus niet braak laten liggen. Voor de inzaai van de nateelten, zoals wintergraan en groenten, is evenwel geen inzaaidatum bepaald.
Een vanggewas is een groenbedekker of een mengsel van groenbedekkers uit de teeltenlijst die geldt in het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Een vanggewas, mag geen vlinderbloemige zijn (ook niet in een mengsel). Een mengsel van gras en klaver geldt uitzonderlijk wel als vanggewas. Hieronder vindt u een overzicht van de vanggewassen.

Overzicht vanggewassen:

  • Grasland
  • Graskruiden mengsel
  • Graszoden
  • Boekweit
  • Winterhaver
  • Zomerhaver
  • Grasklaver
  • Voederkool (bladkool)
  • Japanse haver
  • Festulolium
  • Bladrammenas
  • Gele mosterd
  • Sareptamosterd
  • Facelia
  • Snijrogge
  • Tagetes (Afrikaantje)
  • Nyger
  • Nootzoetraapzaad
  • Komkommerkruid
  • Soedangras
  • Zwaardherik
  • Gras in onderzaai
  • Andere niet-vlinderbloemige groenbedekkers
  • Mengsel van niet-vlinderbloemige groenbedekkers
  • Zaaizaad grassen

Wat houden de extra maatregelen voor vanggewassen in de gebiedstypes 2 en 3 in?

De landbouwers met percelen in gebiedstype 2 en 3 moeten bovenop de basismaatregel, een toenemend percentage vanggewassen of laag-risico nateelten (= geen specifieke teelt) inzaaien.

Hoeveel vanggewassen moet u inzaaien tegen wanneer?

Hoeveel vanggewassen u moet inzaaien, is uitgedrukt in het doelareaal. Dat is het aantal hectare per bedrijf, in gebiedstype 2 of 3 waarop landbouwers vanggewassen of laag-risico nateelten moeten inzaaien onder bepaalde voorwaarden. U vindt het rapport van de berekening van uw doelareaal begin augustus op het Mestbankloket onder de rubriek ‘Gronden > vanggewassen’.

Hoe vult u het doelareaal in?

Het doelareaal kunt u alleen invullen met percelen in gebiedstype 2 of 3. U kunt zelf kiezen of u daarvoor percelen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3 gebruikt of percelen in beide gebiedstypes.
U kunt uw doelareaal invullen met (een combinatie van):

  • de oppervlakte van uw percelen tijdelijk grasland;
  • de oppervlakte van uw percelen waarop uiterlijk 15 september een vanggewas is ingezaaid en dat behouden blijft overeenkomstig de datum van de landbouwstreek bepaald in de vergroening (ecologisch aandachtsgebied (EAG)) van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
  • de oppervlakte van uw percelen met niet-vroege aardappelen of met maïs waarop uiterlijk 15 oktober een vanggewas is ingezaaid en dat behouden blijft overeenkomstig de datum van de landbouwstreek bepaald in de vergroening (EAG). De percelen met onderzaai van gras in de maïsteelt kunt u ook in rekening brengen, als er behoud is van het gras volgens de vergroening (EAG);
  • de oppervlakte van uw percelen met niet-nitraatgevoelige hoofdteelten, zoals graan, bieten, spruitkool, vlas, koolzaad, raapzaad, witloof, cichorei, spruitkool, klaver en luzerne gevolgd door een nateelt die geen specifieke teelt is. Specifieke teelten zijn aardbeien, sier- en boomteelten, fruit, spruitkool, graszoden en groenten van groep I, II en III. Voor de inzaai van de nateelten is geen inzaaidatum bepaald.

Wat moet u vermelden in de verzamelaanvraag?

In het kader van de extra maatregelen voor vanggewassen in de gebiedstypes 2 en 3, moet u de inzaaidatum van het vanggewas op de verzamelaanvraag invullen tegen eind oktober. Gebruik daarvoor de volgende codes: “VGV” voor een vroeg vanggewas, ingezaaid ten laatste op 15/9 en “VGM” voor een vanggewas ingezaaid vanaf 16/09 t.e.m. 15/10. Als u een vanggewas inzaait na 15/10, telt dat nooit mee voor de invulling van het doelareaal. De code hiervoor is “VGL”.

Hoelang moeten de vanggewassen blijven staan voor het EAG, MAP 6 en de erosiemaatregelen?

Het vanggewas moet behouden blijven overeenkomstig de datum bepaald in de Vergroening (EAG). Die datum is afhankelijk van de landbouwstreek. In de onderstaande tabel, vindt u de uiterste inzaaidata en de aanhoudingsdata van de groenbedekkers voor het EAG, MAP 6 en de erosiemaatregelen, volgens landbouwstreek.
Op derogatiepercelen wintertarwe en triticale moet het vanggewas altijd aangehouden worden tot en met 15 februari.

Landbouw-streek Inzaai mengsel
van
groenbedekkers
EAG
Inzaai vanggewas voor basismaatregel en extra maatregelen MAP 6 Inzaai
vanggewas voor extra maatregelen MAP 6:
niet-vroege aardappelen
en maïs
minimaal
behoud
vanggewassen EAG en voor basismaatregel en extra maatregelen MAP 6
Inzaai
groenbedekker
Basispakket erosie
(paarse en rode
 percelen)
Polders t.e.m. 19/8 t.e.m. 15/9 * t.e.m. 15/10 t.e.m. 15/10 * t.e.m. 30/11
Duinen t.e.m. 19/8 t.e.m. 15/9 t.e.m. 15/10 t.e.m. 31/01 t.e.m. 30/11
Leemstreek t.e.m. 30/09 t.e.m. 15/9 t.e.m. 15/10 t.e.m. 30/11 t.e.m. 30/11
Andere t.e.m. 31/10 t.e.m. 15/9 t.e.m. 15/10 t.e.m. 31/01 t.e.m. 30/11

* In de Polders is de basismaatregel niet van toepassing.

Als u het vanggewas voor MAP 6 wilt gebruiken voor het EAG, moet u ook de uiterste inzaaidatum van het EAG respecteren. De cursieve datums in de tabel zijn situaties, waarin de inzaaidatum van het EAG vroeger is dan die van MAP 6.

Vanggewassen in MAP6 en groenbedekkers voor het EAG

Gebruik voor het EAG een mengsel van gecertificeerde niet-vlinderbloemige groenbedekkers en respecteer onder meer de gevraagde zaaidichtheid. Meer uitleg over groenbedekkers en het EAG vindt u op deze site van LV Vlaanderen.
Voor het EAG geldt een wegingsfactor van 0,3: dat betekent dat 1 ha tijdig ingezaaid met een mengsel van groenbedekkers voor 0,3 ha meetelt. Die wegingsfactor geldt niet voor de verplichtingen van MAP 6.

Vanggewassen in MAP 6 en groenbedekkers voor de erosiebestrijding op paarse en rode percelen

Eén van de maatregelen uit het basispakket erosiebestrijdende maatregelen op paarse en rode percelen voorziet in de inzaai vóór 1/12 van een groenbedekker of van een andere teelt. Een mengsel van groenbedekkers hoeft niet. Er is geen datum voor het minimale behoud van de groenbedekker. U vindt hierover een flowchart over de rode en paarse percelen op de website van het Departement Landbouw en Visserij. De uiterste inzaaidatum voor erosiebestrijding is later dan de datum in het kader van het EAG en MAP6.

Alternatieven voor de extra maatregelen vanggewassen in gebiedstype 2 en 3

Er zijn alternatieven voorzien in het Mestdecreet voor de opgelegde extra maatregelen. Zo konden groentetelers tot 14 juli een vrijstelling aanvragen van de extra maatregelen, door KNS toe te passen op hun percelen.
Een landbouwer kan ook een overeenkomst sluiten met een andere landbouwer, die voor hem het extra areaal vanggewassen inzaait. Vanggewasovereenkomsten kunnen nog tot eind augustus worden gemeld via het Mestbankloket.
Landbouwers met een geldende positieve bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu die verkregen werd in 2018 of vroeger, zijn in 2019 vrijgesteld van de invulling van de extra maatregelen voor vanggewassen in gebiedstype 2 en 3, tenzij ze hun vrijstelling hebben ingetrokken op uiterlijk 14 juli.
Voor bedrijven die die alternatieven toepassen, blijft de basismaatregel voor het inzaaien van vanggewassen of een nateelt van kracht.

Najaarsbemesting en vanggewassen

In bepaalde situaties kan na 1 augustus slechts nog worden bemest, als vanggewassen worden ingezaaid. Bekijk de uitrijregeling, op de website van de VLM.

Wat zijn de gevolgen als landbouwers niet voldoen aan de vanggewasverplichting?

Landbouwers die niet voldoen aan hun verplichting, stellen zich bloot aan een administratieve geldboete van 250 euro per hectare. De niet-gerealiseerde oppervlakte vanggewassen moeten zij bovendien extra toepassen in het daaropvolgende jaar.
Bij recidivisme binnen de 5 jaar, kan de boete in de gebiedstypes 2 en 3 zwaar oplopen, omdat er wordt gebruikgemaakt van een getrapt boetesysteem.

(bron: VLM)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: